Farmacogenetica: wat je DNA zegt over je medicijnen

Farmacogenetica laat zien hoe jouw DNA de afbraak van medicijnen beïnvloedt. Lees voor wie een DNA-test zinvol kan zijn en wat je met de uitslag doet.

Bloedwaarden

Medisch beoordeeld doorAernout Zuiderbaan· Orthopedisch Chirurg

Alle gezondheidstesten-uitleg

Farmacogenetica onderzoekt hoe jouw DNA bepaalt wat je lichaam met medicijnen doet. Iedereen breekt medicijnen af met enzymen, vooral in de lever, en de bouwtekening van die enzymen ligt vast in je genen. Kleine verschillen in die genen verklaren waarom een standaarddosis bij de één prima werkt, bij de ander bijwerkingen geeft en bij een derde nauwelijks effect heeft. Met een farmacogenetische test breng je die verschillen in kaart. Hieronder lees je hoe dat werkt, voor wie zo'n test zinvol kan zijn en waarom je de uitslag altijd met je arts of apotheker bespreekt.

Kort overzicht

  • Je lever breekt medicijnen af met enzymen; hoe goed die werken, ligt deels vast in je DNA.
  • Sommige mensen breken een medicijn langzaam af (meer kans op bijwerkingen), anderen juist snel (minder effect).
  • Een farmacogenetische test kan zinvol zijn bij onverklaarde bijwerkingen of medicijnen die niet aanslaan.
  • De uitslag verandert nooit: je DNA blijft je leven lang hetzelfde, dus één keer testen is in principe genoeg.
  • Pas nooit zelf je medicijnen aan. De uitslag krijgt pas waarde in overleg met je arts of apotheker.

Hoe je lichaam medicijnen afbreekt

Een medicijn dat je slikt, blijft niet eeuwig in je lijf. Je lever zet het met behulp van enzymen om, waarna je het via urine of ontlasting kwijtraakt. Je kunt die enzymen zien als knipmachines: ze knippen het medicijn in stukjes die je lichaam kan afvoeren. Voor veel medicijnen is een kleine groep leverenzymen verantwoordelijk, in vaktaal de CYP-enzymen.

De genen die deze enzymen aansturen, verschillen van persoon tot persoon. Daardoor werkt dezelfde knipmachine bij de één traag en bij de ander juist extra snel. Het medicijn zelf is dan niet het probleem: het tempo waarin jouw lichaam het verwerkt, wijkt af van het gemiddelde waarop de standaarddosis is gebaseerd.

Trage en snelle afbrekers: wat betekent dat?

TypeWat er gebeurtMogelijk gevolg
Trage afbrekerHet medicijn stapelt zich op in je bloedSterker effect, meer kans op bijwerkingen
Normale afbrekerHet medicijn wordt afgebroken zoals verwachtStandaarddosis past meestal
Snelle of ultrasnelle afbrekerHet medicijn is snel weer wegMinder of te kort effect bij een standaarddosis

Het kan ook omgekeerd uitpakken. Sommige medicijnen worden pas werkzaam nádat je lever ze heeft omgezet. Ben je een trage omzetter, dan doet zo'n middel bij jou weinig. Ben je juist een ultrasnelle omzetter, dan kan het effect onverwacht sterk zijn. Welke kant het opgaat, verschilt dus per medicijn én per gen: één uitslag geldt nooit voor al je medicijnen tegelijk.

Voorbeelden van groepen waarbij deze verschillen een rol kunnen spelen, zijn bepaalde antidepressiva, pijnstillers en maagzuurremmers. Voor een flink aantal medicijnen bestaan in Nederland doseringsadviezen op basis van iemands genprofiel, waar apothekers mee kunnen werken.

Voor wie kan een farmacogenetische test zinvol zijn?

Voor de meeste mensen is zo'n test niet nodig: de standaarddosis werkt bij het grootste deel van de gebruikers gewoon goed. De test kan het overwegen waard zijn als:

  • je meerdere medicijnen gebruikt en het lastig blijkt de juiste middelen en doses te vinden;
  • je steeds bijwerkingen krijgt van medicijnen, ook bij normale doseringen;
  • medicijnen bij jou opvallend vaak niet aanslaan, bijvoorbeeld meerdere antidepressiva na elkaar;
  • directe familieleden heftig op dezelfde medicijnen reageerden;
  • je arts of apotheker een test voorstelt voordat je met een specifiek middel start.

Wees je bewust van de grenzen. Je DNA is maar één van de factoren die bepalen hoe een medicijn bij jou werkt. Leeftijd, nierfunctie, leverwaarden, andere medicijnen en zelfs roken spelen ook mee. Een gunstig genprofiel is dus geen garantie dat je nooit bijwerkingen krijgt, en huisartsen zetten farmacogenetisch onderzoek niet standaard bij iedereen in.

Wat gebeurt er met de uitslag?

De uitslag van een farmacogenetische test is een profiel: per onderzocht gen staat erin of jij een trage, normale of snelle verwerker bent. Daar heb je in je eentje weinig aan. De waarde ontstaat pas als een professional het profiel naast jouw medicijnen legt:

  1. Bespreek de uitslag met je arts of apotheker. Zij beoordelen of een aanpassing van middel of dosis zinvol is.
  2. Laat het profiel vastleggen bij je apotheek. Dan kan er bij elk nieuw recept automatisch rekening mee worden gehouden, ook over jaren.
  3. Pas nooit zelf je dosis aan en stop nooit zelf met een medicijn op basis van een testuitslag. Dat kan gevaarlijk zijn.

Omdat je DNA niet verandert, blijft de uitslag je leven lang bruikbaar. Wel worden er soms nieuwe verbanden tussen genen en medicijnen ontdekt, waardoor een ouder profiel later opnieuw kan worden geduid.

Wanneer naar de huisarts?

  • Je krijgt bijwerkingen van een medicijn: bespreek dit eerst met je huisarts of apotheker, ook los van een test.
  • Een medicijn lijkt niet te werken. Stop niet zelf, maar overleg over alternatieven of onderzoek.
  • Je overweegt een farmacogenetische test: vraag of de uitslag in jouw situatie iets kan veranderen aan je behandeling.
  • Je hebt thuis een testuitslag ontvangen met adviezen over je huidige medicijnen. Volg die nooit op eigen houtje op, maar neem de uitslag mee naar arts of apotheker.

Zelf testen: wat kan er thuis?

Er bestaan thuistesten voor farmacogenetica. Je neemt dan zelf materiaal af, meestal wangslijm of bloed via een vingerprik, en een lab onderzoekt een aantal genen die belangrijk zijn voor de verwerking van medicijnen. Dat kan nuttige informatie opleveren als medicijnen bij jou vaak bijwerkingen geven of niet aanslaan.

De beperkingen zijn wezenlijk. Zo'n test onderzoekt een selectie van genen, niet alles wat invloed heeft, en zegt niets over andere factoren zoals je nier- en leverfunctie of wisselwerkingen tussen medicijnen. De uitslag is dus nooit een kant-en-klaar medicijnadvies. Hij wordt pas bruikbaar als je hem met je arts of apotheker bespreekt, en dat is meteen de belangrijkste stap na elke uitslag. Lees ook wat je doet met een afwijkende uitslag en hoe zo'n test zich verhoudt tot een algemene gezondheidscheck, die heel andere dingen meet.

Veelgestelde vragen

Wat is farmacogenetica precies?

Farmacogenetica is de studie van hoe je genen de werking en afbraak van medicijnen beïnvloeden. In de praktijk gaat het meestal om een DNA-test die laat zien of jij bepaalde medicijnen langzamer of sneller verwerkt dan gemiddeld.

Moet ik mijn medicijnen aanpassen na een DNA-test?

Nooit op eigen houtje. De uitslag is informatie, geen recept. Alleen je arts of apotheker kan beoordelen of een ander middel of een andere dosis bij jou past. Zelf stoppen of minderen kan gevaarlijk zijn, zeker bij middelen als antidepressiva of bloedverdunners.

Hoe lang blijft de uitslag geldig?

In principe je hele leven, want je DNA verandert niet. Wat wel verandert, is de kennis: er komen nieuwe inzichten bij over welke genen bij welke medicijnen horen. Een apotheek die je profiel heeft vastgelegd, kan daar bij nieuwe recepten rekening mee houden.

Zegt een farmacogenetische test ook iets over mijn risico op ziektes?

Nee. Zo'n test kijkt naar genen die de verwerking van medicijnen beïnvloeden, niet naar erfelijke ziektes of je risico daarop. Wil je weten hoe je er breder voorstaat, dan meet een bloedonderzoek van bijvoorbeeld je suiker, cholesterol en nierwaarden heel andere, tastbaardere dingen.

Is een farmacogenetische test zinvol als ik geen medicijnen gebruik?

Meestal niet direct. De uitslag krijgt pas praktische waarde op het moment dat je een medicijn nodig hebt waarvoor je genprofiel uitmaakt. Testen "voor later" kan, omdat de uitslag geldig blijft, maar er is geen medische noodzaak om dat alvast te doen.

Deze uitleg is algemene informatie en geen medisch advies. Heb je klachten of twijfel je over een uitslag? Neem dan contact op met je huisarts.